De afgelopen week togen 25.000 mensen naar de Westergasfabriek voor de
Amsterdam Fashion Week, officieel Mercedes-Benz Fashionweek Amsterdam. Het
mode-evenement trok net zoveel bezoekers als in januari.

Vorig jaar zomer bezochten meer mensen de modeweek, namelijk 28.000.

De meest besproken bezoeker van de drieëntwintigste editie van de
Amsterdamse modeweek is Doutzen Kroes. Het topmodel liep zelf niet mee
tijdens een show, maar zat op de eerste rij bij de catwalkpresentatie van
de Spaanse ontwerpster Maria Clè Leal, in een outfit van Ronald van der
Kemp tekst.

Het was het langste juryoverleg ooit. Simeon Morris, had een rustige
collectie. Dat vonden het beoordelingspanel een heel goed statement in een
tijd waarin alles maar moet schreeuwen. Tung Trinh vonden de leden
innovatief en fris. En Sunanda Koning zette een heel krachtig beeld neer.
“Maar het blijft een coutureprijs,” zegt jurylid Jhim Lamoree. De keuze
viel daarom op Josephine Goverts. Zij ging naar huis met 10.000 euro.

Goverts was, met haar 21 jaar, de Benjamin van de genomineerden. Voor haar
afstudeercollectie stelde ze zichzelf de vraag: wat is goede smaak? Ze liet
zich inspireren door de Carlton kast van Ettore Sottsass, een abstracte en
bijna onbruikbare boekenkast van een postmoderne ontwerper. Het resultaat:
een collectie met veel vlechtwerk, cut-outs en loshangende wit lederen
draden.

De jury: kunsthistoricus Jhim Lamoree, José Teunissen, lector fashion
aan mode-academie Artez in Arnhem, Lous Geerlings, stylist en fotograaf,
Milou van Rossum, modejournalist van de Volkskrant, Ruud van der Peijl,
style- en imagemaker,
Fiona Hering, Vogues’s fashion features
director
en Ronald van der Kemp, een door de wol geverfde
modeontwerper. Ze waren allemaal onder de indruk van Goverts.

Lamoree over Goverts’ collectie: “Alles klopte, ze had alles tot in de
details afgewerkt.” Ook zegt hij: “Uiteindelijk hebben we gekozen voor de
meest overtuigende vormen, innovatief werk en een eigen authentiek
beeld.”

Alle genomineerden Frans Molenaarprijs studeerden aan Artez

De andere genomineerden waren Lilian Admiraal, Maartje Janse en Max Zara
Sterck. Dit jaar waren alle jonge ontwerpers die meedongen naar de prijs
afgestudeerd aan Artez in Arnhem. Dat is voor het eerst, maar toch niet
heel opvallend. De winnaars van de afgelopen vijf jaar hadden allen
gestudeerd aan de Gelderse mode-academie. Oud-Artez studenten Fred Farrow,
Magnus Dekker, Peet Dullaert en Liselore Frowijn gingen eerder met de prijs naar
huis. Vorig jaar won Karin Vlug.

Het was de twintigste keer dat de Frans Molenaarprijs werd uitgereikt.
Molenaar riep de prijs in 1996 in het leven om jonge ontwerpers met
couturetalent een duwtje in de rug te geven. À la Frans Molenaar werd er
wijn gedronken en bitterballen gegeten. Maar niet voordat er een moment van
stilte werd gehouden voor de overleden couturier. De Frans Molenaarprijs gaat
overigensnog jaren door. Daar heeft de ontwerper voor
gezorgd in zijn nalatenschap.

Laatste foto: Quintin Chamard-Bois

Op 2 & 3 augustus 2015 vind je op deze beurs vernieuwende labels, die je assortiment sterker

maken en je verkoopcijfers zullen verbeteren. 80 Labels op 3.500m2, stuk voor stuk trendy en

modische merken met gunstige marges, goede back-ups en een uitstekende service.  

Momenteel kent Nederland maar één modevakbeurs. De markt naast deze beurs vraagt om

een echte schrijfbeurs waar ook labels kunnen staan, die zich om welke reden dan ook daar

niet thuis voelen. De unieke opzet en laagdrempeligheid van justBIB Labels wordt met open

armen ontvangen door de standhouders en retailers.

Deze eerste editie van justBIB Labels vindt plaats op Beursplaza van het World Fashion

Centre. Een fris en vernieuwend concept van Aaron Groeneveld, die sinds vorig jaar op

dezelfde locatie ook de +size modevakbeurs justBIB Trade organiseert.

Tijdens de beurs vinden meerdere inspirerende modeshows plaats. Hier doen een groot aantal

labels aan mee. Daarnaast is er een cateraar van uitstekende kwaliteit, die de bezoekers voor

een betaalbare prijs van heerlijke hapjes en drankjes voorziet. Van verse sushi tot heerlijk

gebak. 

De beurs is van half 10 tot 6 uur open en je kunt in één dag alles bekijken. Je mag natuurlijk

ook beide dagen komen.

De beurs is gratis toegankelijk, meld je wel aan op www.justbiblabels.nl

Deze labels zul je er o.a. aantreffen:

Anokhi bags & scarves / AnZZ / Anna Scholz for Sheego / Art on Fashion / Azay / Bellissima

/ Blaest / Blueberry / Blue Seven / Brandtex / Button Right / Casamia / Choise / Colletta /

Conxsys / Decay / Define / Depeche / DIYA easyholster.com / Dreamers / Drys Denmark /

Dutch B. / Gabrielle K / Gracy / Hegler Fashion / H. Peterseim / Hofius / Imitz / iN Front /

Intown / Isilk / Junge jassen / Karoo / Kello / Long Island / Manisa / Marble Fashion /

Maria La Verda / Marinello / MAT Fashion / Micha / Micha Noble / Milano Italy / Mongul /

M.X.O. / Olsen / Peppercorn / Place du Soleil / Pont Neuf / Rene Freres / RFJNS / Rifi /

Rimini / Rofa Fashion White Label / Setter / Signal / Signature / SOL-Design / Soyaconcept

/ Stehmann broeken / Sunwear / Top Secret / Twister / Via Appia / Viento-Donna / Viccio

Barcalona / Wearhouse.dk / Wonderjeans by Olivia / Yest / Zaps

De CEO van het Amerikaanse modebedrijf Vince Holding Corp., Jill Granoff, en de voorzitter en creatief directeur, Karin Gregersen, zijn opgestapt. Granoff blijft alleen nog aan om de transitie van de top zo goed mogelijk te laten verlopen. Dat meldt Women’s Wear Daily.

Het nieuws leidde tot onrust op Wall Street, waar aandelen van het bedrijf met 18,7 procent kelderden. Volgens WWD maakten analisten zich al zorgen toen CFO Lisa Klinger onlangs opstapte en Vince vorige maand de winstprognose voor het lopende boekjaar naar beneden bijstelde.

Marc Leder, sinds dit jaar voorzitter van Vince, en ook mede-voorzitter van Sun Capital Partners, de private equity firma die Kellwood in 2008 overnam, zou mogelijk een meer actieve rol in Vince nemen, waarin hij ook een persoonlijk belang heeft. Vince was onderdeel van Kellwood ten tijde van de overname door Sun Capital. Deze heeft nog een meerderheidsbelang van 55 procent in het merk.

Granoff, die als CEO Vince in 2013 naar de beurs bracht, noemt haar vertrek ‘een bitterzoet besluit’. Waarom zij nu opstapt, en ook de reden voor Gregersen’s vertrek, is niet bekend.

Ondertussen maakt Vince bekend dat het, als onderdeel van zijn reorganisatie, Livia Lee heeft benoemd als Senior Vice President van Merchandising. Lee zal nu nog aan Granoff rapporteren, en vervolgens aan diens opvolger. Er wordt nu via een headhunter gezocht naar een nieuwe CEO voor Vince.

REVIEW

De kleurrijke printjes die we kennen van Oilily zijn grotendeels verdwenen.
Op de laatste avond van de Mercedes Benz Amsterdam Fashion Week
presenteerde het merk, dat vroeger furore maakte met drukke bloemenprints,
haar nieuwe zomercollectie 2016. De boodschap: Oilily is volwassen
geworden.

Wie opgroeide in de jaren tachtig en negentig kan zich de Oilily-outfits
nog goed voor de geest halen, maar de bonte bloemenprints werken inmiddels
allang niet meer. En dus werd het tijd voor een nieuw imago van Oilily. Het
moest minder schreeuwerig, minder kleurrijke prints en subtieler. Kortom:
volwassener. Vorig jaar kwam het Nederlandse merk dan ook met een nieuwe look. Met de commerciële insteek van deze editie van de
Mercedes Benz Fashion Week kon een catwalkshow dan ook niet ontbreken.

Oilily showt nieuwe collectie tijdens Amsterdam Fashion Week

De kleine Oilily-meisjes van vroeger zijn inmiddels opgegroeid. En daarom
start de show met een film, waarin ’friends of the brand’
-inmiddels volwassen vrouwen-, herinneringen ophalen aan hun Oilily-kledij
en benadrukken hoe zeer ze zich thuis voelen bij de nieuwe visie van het
merk. De catwalkshow opent daarna met een model en een klein meisje, beiden
in eenzelfde jurk gehuld: de link naar volwassenheid is gelegd.

Het thema van de collectie speelt eveneens in op het ‘levenspad’, dat
volgens het merk ‘onvoorspelbaar is en bij iedere stap verschillende
humeuren en temperamenten oproept’. Dat wordt uitgewerkt in drie
verschillende thema’s. Het eerste deel bestaat uit rustieke silhouetten in
overwegend witte en natuurlijke tinten van luxueuze geweven stoffen
– linnen en katoen-, gecombineerd met soepel vallende jurkjes met
gedessineerde zijde en cupor in verschillende geel- en metaaltinten. Het
tweede thema lijkt misschien nog het meeste op de ‘oude’ Oilily; met
‘zelfexpressie’ als kernwoord wordt er gebruik gemaakt van expressieve
kleuren, ‘naïef gevormde silhouetten’ en verschillende rijke materialen.
Het derde thema was voor de avontuurlijke en exotische Oilily-draagster,
met een mix van donkere tinten en frisse pasteltinten. De nadruk lag
op expressieve
bedrukkingen en elegante jacquardweefsels.

Extra aandacht is er voor de accessoires van het modemerk; zo wordt er
vast een voorproefje getoond van de nieuwe schoenenlijn. Vooral de
metalic sandaaltjes met sleehak en espadrilledetails vallen op,
mede doordat ze zijn afgestyled met semi-transparante sokjes met ruitjes en
streepjes. Opmerkelijk waren ook de handtassen bij de looks: die hadden nog
opvallend veel weg van de oude vertrouwde Oilily-tas.

Dat Oilily zichzelf meer dan ooit op de kaart wilde zetten, blijkt uit
de samenstelling van het publiek. BN’ers zijn er amper en
fashionweekbezoekers die voor het entertainment en de selfies naar
het vijfdaagse mode-evenement komen, blijven weg. De pers is wel aanwezig.
Het grootste deel van de toeschouwers bestaat echter uit inkopers, vrienden
en andere geïnteresseerden; ongetwijfeld de nieuwe doelgroep van het merk.
Oilily weet het publiek goed voor zich te winnen; aan het einde van de show
worden alle toeschouwers getrakteerd op een glas bubbels. Ook worden de
collectieboekjes persoonlijk uitgedeeld bij het verlaten van de zaal.
Kortom, aan het gastheerschap ligt het niet. Het publiek verlaat dan ook in
een opgetogen en vrolijke stemming het Transformatorhuis, nadat de
collectie bij de finale onder luid applaus is ontvangen.

Oilily: ‘Als merk moet je meegaan met de tijd’

Het merk Oilily is in 1963 door Willem en Marieke Olsthoorn opgericht.
In 2003 werd Oilily verkocht aan ABN Amro Participaties en investeerder H2
Equity Partners. Het bedrijf ging in 2009 failliet. De familie Olsthoorn
kreeg de merknaam in mei van dat jaar weer in handen. Oilily nam in
februari 2014 Stefan van Kruisselberge als nieuwe CEO aan en Henk Gowie als
creatief directeur. Naast managementverschuivingen werd ook de productie
vanuit Azië terug gehaald naar Europa, want ‘een chic product laat je niet
uit China komen’, aldus oprichter Willem Olsthorn.

Sinds vorig jaar zet Oilily in op een nieuw imago; subtieler en
volwassener. “We zijn een andere koers gaan varen. Het is van belang dat je
als merk meegaat met de tijd. Dat betekent dat Oilily zich moet aanpassen
aan de moderne vrouw,” vertelde creatief directeur Gowie begin dit jaar aan
FashionUnited. “Vroeger zag je dat Oilily gebruik maakte van print op
print. Daar red je het nu niet meer mee.” Het blijft Oilily, maar dan op
een moderne manier.

Foto’s: Team Peter Stigter

“Ja we zijn overgenomen door Zalando, dus Bread & Butter houdt op te
bestaan,” dat bevestigt perswoordvoerder Tanja Tawakkoli van de Duitse
beurs telefonisch aan FashionUnited. ‘Bread & Butter is dead, long
live Bread & Butter’
schrijft de organisatie in een laatste
mailing. Een boodschap die voor meerdere uitleg vatbaar is, maar dus
het einde inluidt van de Duitse vakbeurs Bread & Butter zoals we die
kennen.

Dat de beurs zich moest heruitvinden was reeds bekend. Na het faillissement
eind 2014 en een doorstart begin dit jaar, was de
beursorganisatie veel goodwill verloren. De laatste editie
van Bread & Butter, die vorige week in Berlijn plaatsvond, bleek geen
succes. Nooit eerder was Bread & Butter zo klein en rustig. Begin juli stonden slechts
tweehonderd kramen op de beurs waar vroeger zeshonderd en in de
hoogtijdagen zelfs negenhonderd merken hun collecties toonden.

De toekomst is ongewis, desgevraagd zegt de perswoordvoerder niet
precies te weten wat er nu gaat gebeuren. Met de
overname
door Zalando begin juni lijkt de vakbeurs een veilige
haven te hebben gevonden. Als alles rond is, worden meer details
bekend gemaakt.

Ardenberg, het moederbedrijf van Van Dalen, Bitter, Dr. Adams en
Dicapolivori en Jan Jansen is failliet verklaard. Maar inmiddels zijn de
gesprekken over een mogelijke doorstart al begonnen. Dat heeft curator Marc
van Zanten bevestigd aan Omroep West.

Het faillissement werd maandag uitgesproken door de rechter. Zowel
moederbedrijf Ardenberg als dochterondernemingen Van Dalen Footwear BV, Dr.
Adam’s Footwear BV, Bitter bv, Schoonen Schoenen (Jan Jansen) BV en Dica
Footwear BV (DiCapolavori) zijn failliet verklaard.

Volgens de curator moet de oorzaak van het faillissement gezocht worden
in de crisis, ook is de concurrentie met online schoenenwinkels fors
toegenomen. Ook het grote aantal winkels van Van Dalen was een oorzaak. De
keten heeft 39 winkels, waarvan ook 6 vestigingen in België. Met de winkels
van Dr. Adams, Bitter, DiCapolavori en Jan Jansen, die ook onder Ardenberg
vallen, komt dat aantal zelfs op 49 filialen. “Dat zijn teveel winkels, in
een krimpende markt,” zegt Van Zanten tegen Omroep West.

Gesprekken over Van Dalen winkels in volle gang

Ondanks het recente nieuws is de curator al in gesprek om een doorstart
te realiseren. “We zijn gesprekken aan het voeren met een hele serieuze
kandidaat en ik verwacht binnen een aantal dagen al positief nieuws te
kunnen brengen”, vertelt van Zanten aan Nu.nl. Zo zouden de gesprekken al
in een vergevorderd stadium zijn.

Maar het positieve nieuws zal niet voor alle filialen gelden, laat de
curator weten. “De kandidaat voor een overname zal moeten kijken welke
winkels hij open wil houden en daarmee ook welk personeel hij behoudt,”
aldus de curator. Maar het is nu al zeker dat de potentiele
overnamekandidaat ‘best een groot aantal winkels wil overnemen, maar niet
alle’. Niet al het personeel zal zijn baan dus kunnen houden. Op de dag van
de faillissementsuitspraak zijn de 360 personeelsleden geïnformeerd over de
mogelijke gevolgen voor hun baan. Voor het personeel van de winkels die
worden overgenomen, is de kans groot dat ze hun baan kunnen behouden. Het
personeel dat werkzaam is bij sluitende vestigingen zal op zoek moeten naar
nieuw werk.

De winkels en de webwinkel zijn een dag na het faillissement al weer
geopend, vooral om zoveel mogelijk goederen te verkopen. De overgebleven
voorraad zal verkocht worden aan de doorstarter, meldt Van Zanten. De
curator laat weten dat hij alles ‘goed in de gaten zal houden’ en dat
schuldeisers er ‘niet slechter van worden’.

Overigens was Van Dalen voor het faillissement al met een reorganisatie
bezig, en een aantal winkelsluitingen stonden ook al in de planning. Maar
de beoogde besparingen gingen te langzaam, aldus de curator. Hij hoopt
later deze week meer bekend te kunnen maken over een mogelijke doorstart.

Van Dale werd in 1873 opgericht door de heer van Dalen. De eerste
winkels van de keten openden hun deuren in Den Haag, Leiden en Rotterdam.
De schoenenketen focust op het hogere segment en bestaat uit dames- en
herenschoenen, evenals accessoires. Naast het eigen merk van Dalen worden
ook andere topmerken verkocht zoals Cruyff, Esprit, Hugo Boss, Timberland,
Tommy Hilfiger, Le Coq Sportif en McGregor.

Fashion Lab Pro is het toneel voor jong talent tijdens de Mercedes Benz
Fashion Week Amsterdam . Beginnende ontwerpers krijgen de kans om hun
collectie te presenteren en zetten zo de eerste stappen op weg naar een
professionele loopbaan als designer. Sleutelwoorden: talent en innovatie.
FashionUnited zet de beste shows van deze editie op een rijtje.

1. Alexandra Frida

Alexandra Vollebregt werkt aan de hand van fairy tales, vertelde
ze vooraf aan FashionUnited. “Iedere show is geïnspireerd op een karakter
uit een fairy tale,” vertelt de ontwerpster, “Inspiratie haal ik
uit vrienden en familie om mij heen.” Zo is deze collectie –die Anna heet-
geïnspireerd op een assistent van haar. Het eerste deel van de show bestaat
uit jonge en dromerige looks, voorzien van 3D printnagels en kleurrijke
sokken. Ook de iconische verenprint van de ontwerper komt weer terug. In
het tweede deel wordt ‘Anna’ volwassen en zijn de stoffen rijker en de
prints stoerder. “Kracht is belangrijk in mijn werk,” vertelt Vollebregt.
“Kracht om voor jezelf te kiezen. En kracht kan ook donker zijn, want ik
heb net als iedereen ook een donkere kant.”

Frida’s sprookje is voorlopig nog niet ten einde; vlak voor de start van
het catwalk programma tijdens Amsterdam Fashion Week werd bekend dat de
ontwerpster in september gaat showen in New York. Vollebregt: “Het zal een
deel van deze collectie zijn, aangevuld met nieuwe stukken.”

2. AM Westen

De collectie van designer Annemarie Westen kenmerkte zich door het harde
lijnenspel in combinaties met zachte en soepele stoffen. De ontwerpen waren
simplistisch en draagbaar, met krachtige silhouetten en interessante
vouwtechnieken. Naast de ontwerpen was de stofkeuze ook sterk; kwalitatieve
viscoses, leer en zijde. “We hebben er bewust voor gekozen om met een
klassieke, minimalistische show een bepaald gevoel achter te laten”,
vertelt Westen. “In onze ontwerpen spelen we met contrasten van harde
lijnen in combinatie met soepel vallende materialen. Dit hebben we tijdens
FashionWeek doorgetrokken in het contrast tussen de ontwerpen, de muziek en
de uitstraling van de show. Door de versterking van die drie tegenpolen bij
elkaar, vertel je een krachtig verhaal.”

3. Futura

Bij de show van Futura werd vooral gesproken over de snelheid
waarmee de mannelijke modellen over het plankier marcheerden. Ontwerper
Anne Bosman: “Maar het is gewoon het tempo van alle internationale fashion
weeks hoor. We hoorden ook mensen, vooral internationale gasten, zeggen:
‘hè hè, eindelijk wat snelheid’.” Het label van Bosman en zijn compagnon Tom Renema draait om
denim zonder poespas: minimalistisch en clean. De materiaalkeuze
in de nieuwe zomercollectie voor 2016: Japanse denims en biologisch katoen.
Ook waren er T-shirts en sweaters die handmatig zijn gezeefdrukt.

“Ik was zo nerveus voor het juryoverleg. Volgens mij ratelde ik aan één
stuk door,’ zegt Jonathan Christopher terwijl hij zijn trofee aan de kant
zet. De jury van de Europese Woolmark Prize viel als een blok voor de
enthousiaste ontwerper. Jurylid Walter van Beirendonck: “We waren unaniem.
Vooral door zijn energie.”

De Nederlandse ontwerper sleepte gisteren de International Woolmark
Prize Europe in de wacht, in de categorie mannenmode. “Ik had geen idee dat
ik zou winnen. Niemand had een idee. Je weet niet wat de jury wil, waar
naar gekeken wordt. Ik denk dat ik uiteindelijk won, omdat ik een heel
nieuwe kant op wil met wol. Ik heb woldenim gebruikt, en dat was heel
moeilijk te vinden. Ik heb iets van tachtig, negentig telefoontjes gepleegd
naar verschillende wolleveranciers en denimleveranciers,” vertelt de
kersverse winnaar. “Maar ik durf eigenlijk niet hardop te zeggen dat ik
daarom won. Ik heb namelijk zulke mooie stukken gezien van de andere
ontwerpers, waar ik gewoon hebberig van werd.”

Walter van Beirendonck, ontwerper en jurylid menswear van de
prijs, beaamt dat de innovaties en de combinatie van wol en denim die
Christopher presenteerde, de reden was dat hij uiteindelijk won. “Maar het
had ook veel te maken met de energie, de manier waarop hij zijn werk toonde
en verdedigde. Daar zaten we echt op te wachten: een moment van energie,
een vonk, en het gebeurde. Iedereen voelde het, dat was heel mooi.”

Van Beirendonck schrok wel van het kleurgebruik van de genomineerden. De
Belgische ontwerper staat zelf bekend om zijn excentrieke collecties,
kleurrijke creaties en om zijn rebellie: hij schopt met zijn kleding vooral
tegen opgelegde denkbeelden over schoonheid, seksualiteit, HIV of de
maatschappij. “Het kleurgebruik was enorm braaf,” zegt hij. “Het was
allemaal beige, grijs en blauw. Terwijl er nu zoveel gebeurt met kleur en
prints in de mannenmode. Gek dat dat niet doorkomt in zo’n wedstrijd. Wat
ik miste bij veel genomineerden was durf. Het mocht best creatiever. En het
commerciële aspect kwam bij sommige kandidaten te veel naar voren.”

Twee Nederlandse winnaars Woolmark Prize Europe regional final

Het juryoverleg op de dag van de finale was maar kort: de genomineerden
kregen acht minuten om hun concept te pitchen. “Het is een beetje als
speeddaten,” lacht Van Beirendonck. Christopher: “Het zweet brak me uit.
Dus daarna heb ik even met een doekje alles drooggemaakt. Toen was het
eigenlijk gelijk door: foto’s maken voor social media en pr. Je hebt niet
echt tijd om na te denken.”

Nanna van Blaaderen, winnares in de categorie damesmode, vond het
eigenlijk heel leuk bij de jury. “Je loopt op wolken als je hier bent. Het
is een grote eer om genomineerd te worden, dus de sfeer was heel
fijn en dankbaar. Ik heb een paar keer tegen mezelf gezegd: ‘geniet nou,
want dit ga je niet nog een keer meemaken’,” vertelt de Nederlandse
ontwerpster. “Je kunt niet alles vertellen over jezelf, dus je moet kiezen
wat je als eerst aankaart bij de jury. Maar op een gegeven moment
struikelde ik toch over mijn woorden, omdat ik zo veel wilde vertellen. Ik
had ook een paar boekjes van eerder collecties laten zien. Volgens mij
heeft dat de doorslag gegeven, dat de jury het totaalbeeld zag en dat ik al
jaren met wol werk. Ik had die boekjes op het laatste moment in mijn koffer
gedaan.”

‘Het is een grote eer om genomineerd te worden voor de Woolmark
Prize’

De twee Nederlandse ontwerpers ontvangen beide een financiële bijdrage
van 50.000 Australische dollar (33.900 euro) en krijgen de mogelijkheid
Europa te vertegenwoordigen tijdens de internationale finale van de Woolmark
Prize. De menswear finale wordt in januari 2016 in Florence
gehouden, de womenswear finale vindt plaats in februari 2016 in
New York.

Hoe gaat Van Blaaderen het geld besteden? “Ik ga zelf natuurlijk een
heel nieuwe garderobe aanschaffen,” grapt ze. “Nee, het is voor de
collectie voor de finale en om te investeren in marketing en sales, en
alles wat er bij komt kijken. Om te zorgen dat je verder komt als merk. Ik
wil internationaal groeien met mijn merk. Ik ben productieklaar.”

Voor het aankomende halfjaar wordt de winnend ontwerpers gevraagd een
capsule collectie te ontwikkelen van Merino wol. De collecties worden
getoond, samen met de collecties van de winnaars uit de andere werelddelen.
De twee winnaars ontvangen een geld bedrag van 100.000 Australische dollar
(67.8001 euro) en worden opgenomen in het assortiment retailers als
Harvey Nichols,
10 Corso Como, Matchesfashion.com, Mytheresa.com, Saks Fifth Avenue, Joyce,
Isetan Mitsukoshi, Boutique 1 en David Jones.

Ook Christopher focust op zijn eigen label. “Absoluut. Ik ben gestopt
met werken voor Lagerfeld. Nu echt voor mezelf aan het kijken: hoe ga ik
het aanpakken om nog een groter bereik te krijgen met mijn label,” zegt de
ontwerper die afgelopen week nog showde op Amsterdam Fashion Week. “Ik wil
zo goed mogelijk Europa vertegenwoordigen tijdens de finale en daar kei en
keihard voor werken.”

Foto’s: Jens Mollenvanger