Maand: oktober 2017

INretail: ‘uitstekend’ derde kwartaal voor schoenen- en modebranche

De schoenen en modebranche hebben in het derde kwartaal tweecijferige
groei genoteerd. In de schoenenbranche werd een omzetgroei van bijna 16
procent gezien en in de modebranche steeg de omzet met 10 procent. Dit
blijkt uit cijfers van de INretail/G…

Denim tot de dood: het verhaal van de Japanse liefde voor de spijkerbroek

ACHTERGROND Japan staat al
sinds jaar en dag bekend voor haar voortrekkersrol op het gebied van mode.
De diepgewortelde waardering binnen de Japanse cultuur voor detail en
kwaliteit uit zich ook in de manier waarop naar kleding wordt gekeken. Geen
wonder dus dat de beste kwaliteit denim afkomstig is uit het Land van de
Rijzende Zon. Maar waarom?

Voor een ieder die zich wel eens in het onderwerp denim heeft verdiept
zal het geen verrassing meer zijn: voor kwalitatief hoogwaardige
spijkerstof moet je in Japan zijn. Het waarom hiervan kan worden
teruggevonden in verschillende aspecten van de Japanse cultuur en
maatschappij. Samen hebben zij ervoor gezorgd dat Japanners het maken van
spijkerbroeken uiterst serieus nemen: denim wordt beschouwd als een ware
kunstvorm, en denim-makers als kunstenaars. Maar hoe kan het dat hét
symbool van de naoorlogse veramerikanisering van onze wereld uitgroeit tot
een voorbeeld van Japans vakmanschap?

Geschiedenis Japanse denim

Voor het antwoord op die vraag moet een duik worden genomen in de
geschiedenis van het land. Het is 1945, en de Tweede Wereldoorlog is
voorbij. Ook Japan heeft zware klappen te verduren gekregen, en wordt bezet
door de Verenigde Staten. Eenheid is gedurende de oorlog het sleutelwoord
geweest voor de Japanse bevolking, iets wat zich in de jaren die volgen uit
op de manier waarop de jeugd gekleed gaat. Schooluniformen worden gewilde
items onder de jeugd, als symbool voor de uniformiteit van het land.

Zoals het jongeren betaamd, komt een moment waarop ze zich gaan
verzetten tegen deze trend. Devin Leisher, denimhead en maker van de
denim-docu ‘Weaving Shibusa’, vertelde onlangs in gesprek met CNN over deze
omslag. “De invloed van de Amerikaanse bezetter resulteert in een groeiende
fascinatie voor de Amerikaanse popcultuur. Muziek, auto’s en mode gaan een
rol spelen in de belevingswereld van Japanse jongeren. Ze ontdekken de
Amerikaanse winkels, waar stapels oude spijkerbroeken liggen. Vintage
Levi’s spijkerbroeken worden een collectors item.” De Japanse liefde voor
vintage en denim was geboren.

“>

Het is pas halverwege de jaren zestig wanneer de Japanners zich zelf
gaan verdiepen in de kunst van het denim maken. In de tussentijd hebben
Japanse verzamelaars flink wat vintage denim uit Amerika laten overkomen,
dat gretig aftrek vindt. Big John is het eerste Japanse merk dat
spijkerbroeken in eigen land produceert. ‘Homemade’ denim raakt langzaamaan
in opkomst, en wordt begin jaren zeventig de standaard. Een graag gehoord
verhaal is dat de Japanners de oude machines van de Amerikanen, die
inmiddels waren overgestapt op massaproductie, hadden overgekocht. In de
regio waar de Japanse denim-productie zich concentreert, rondom de stad
Okayama, waren echter van oudsher al machines aanwezig voor de productie
van hoogwaardige kwaliteit stoffen.

Productieproces

Zoals wel vaker is het echter de persoon die de machines bedient die het
uiteindelijke verschil maakt. Waar de Amerikaanse fabrieken al gauw gebruik
maakten van machines die met elektrisch aangedreven zagen dwars door
stapels stof heen sneden, pakken ze het in Japan tot op de dag van vandaag
verfijnder aan. Devin Leisher: “Het zit ‘m allemaal in het oog voor detail:
dyeing, het katoen, de manier waarop de stof wordt behandeld, alles.”

Goede kwaliteit Japanse denim wordt grotendeels nog met de hand bewerkt.
De gesponnen katoen-draden worden ondergedompeld in een bad van Indigo, een
kleurstof die vroeger werd vervaardigd uit de Indigofera-plant. Vandaag de
dag gebeurt dit voornamelijk synthetisch. Hoe vaker de draden worden
gedipt, hoe dieper de kleur en hoe mooier de broek slijt met de tijd.

Het weef-en productieproces gebeurt op machines die in de regel zo smal
zijn dat ze slechts één broek per keer aankunnen. Knippen, snijden, naaien:
overal komt een mensenhand aan te pas. Een arbeidsintensief proces dus.
Japans denim staat bekend om de mooie bies aan de binnenkant van de broek,
de ‘selvedge’. Dit heeft wederom te maken met de smalle machines die
gebruikt worden: hierdoor kan er alleen met vrij smalle doeken gewerkt
worden. Er moet dus langs de randen van de stof gewerkt worden, wat
uiteindelijk betekent dat die afwerking aan de binnenkant van je jeans
terecht komt.

Als laatste komt de washing. Japanse denims zijn vaak donker als de
nacht, stijf en hard. Dat komt omdat de broeken vaak in een vroeg stadium
van het productieproces voor het laatst met water worden bewerkt. Het
‘washing-effect’, de oneffenheden en verkleuringen die ontstaan na het
dragen, moeten zich dus nog vormen met de tijd. Vandaag de dag wordt dit
vaak vooraf al gedaan, waardoor de broek lichter van kleur wordt en minder
stug. Echte denimheads kiezen nog altijd voor een onbewerkte versie. Dit
heeft als voornaamste reden dat men de spijkerbroek helemaal naar eigen
smaak kan laten ‘slijten’. De broek wordt als het ware een canvas van de
levensloop van de drager. “Aan de kleur van een oude spijkerbroek kan ik
zien wat voor type persoon ‘m gedragen heeft,” aldus een geïnterviewde uit
de docu van Leisher.

“>

Denim vandaag de dag

Na de introductie van de Japanse spijkerbroek zijn er ontelbaar veel
Japanse denim-brands ontstaan. Het was echter pas sinds de jaren negentig
dat ook van buitenaf daadwerkelijk waardering ontstond voor dit stukje
Japans vakmanschap. Evisu was één van de eerste merken die geliefd werd bij
het Westerse publiek, en dat was niet voor niks: het merk produceerde
slechts 14 broeken per dag, allemaal voorzien van een handgeschilderde boog
op de broekzakken. Evisu is één van de merken die wordt genoemd als
onderdeel van de ‘Osaka 5′, een collectief van Japanse denim-ontwerpers
afkomstig uit de stad Osaka. Full Count, Studio D’Artisan, Denime en
Warehouse behoren eveneens tot dit selecte gezelschap, dat wereldwijd wordt
gezien als het fundament voor de liefde voor Japanse denim. Het is het
fundament waar ook latere Japanse merken van geprofiteerd hebben. Het
Visvim van ontwerper Hiroki Nakamura bijvoorbeeld, dat zijn sporen
verdiende in de denim-industrie alvorens het de move naar high-end fashion
maakte. Andere bekende merken, zoals Edwin, Neighbourhood en 45RPM, hebben
allemaal hun wortels liggen in de Japanse denim.

In de documentaire ‘Weaving Shibusa’ wordt ingezoomd op de Japanse
denim-cultuur van tegenwoordig en de rol van de ‘Osaka 5’ hierin. De
productie laat op een mooie manier de toewijding en vakmanschap zien die zo
diep verweven zitten in de Japanse kunst van het denim maken. Tekenend voor
de mentaliteit die heerst is een uitspraak van één van de denim-makers die
aan het woord komt: “Het is lastig te zeggen of we hier nou kleding of
kunst aan het maken zijn.” Een andere producent vult aan: “We zijn geen
concurrenten van elkaar. Als we niet samen zouden werken, zou het
onmogelijk zijn om te komen tot dat waar we allemaal van dromen.”

“>

Weaving
Shibusa
from Weaving
Shibusa
on
Vimeo
.

Denim tot de dood: het verhaal van de Japanse liefde voor de spijkerbroek

ACHTERGROND Japan staat al
sinds jaar en dag bekend voor haar voortrekkersrol op het gebied van mode.
De diepgewortelde waardering binnen de Japanse cultuur voor detail en
kwaliteit uit zich ook in de manier waarop naar kleding wordt gekeken. Geen
wonder dus dat de beste kwaliteit denim afkomstig is uit het Land van de
Rijzende Zon. Maar waarom?

Voor een ieder die zich wel eens in het onderwerp denim heeft verdiept
zal het geen verrassing meer zijn: voor kwalitatief hoogwaardige
spijkerstof moet je in Japan zijn. Het waarom hiervan kan worden
teruggevonden in verschillende aspecten van de Japanse cultuur en
maatschappij. Samen hebben zij ervoor gezorgd dat Japanners het maken van
spijkerbroeken uiterst serieus nemen: denim wordt beschouwd als een ware
kunstvorm, en denim-makers als kunstenaars. Maar hoe kan het dat hét
symbool van de naoorlogse veramerikanisering van onze wereld uitgroeit tot
een voorbeeld van Japans vakmanschap?

Geschiedenis Japanse denim

Voor het antwoord op die vraag moet een duik worden genomen in de
geschiedenis van het land. Het is 1945, en de Tweede Wereldoorlog is
voorbij. Ook Japan heeft zware klappen te verduren gekregen, en wordt bezet
door de Verenigde Staten. Eenheid is gedurende de oorlog het sleutelwoord
geweest voor de Japanse bevolking, iets wat zich in de jaren die volgen uit
op de manier waarop de jeugd gekleed gaat. Schooluniformen worden gewilde
items onder de jeugd, als symbool voor de uniformiteit van het land.

Zoals het jongeren betaamd, komt een moment waarop ze zich gaan
verzetten tegen deze trend. Devin Leisher, denimhead en maker van de
denim-docu ‘Weaving Shibusa’, vertelde onlangs in gesprek met CNN over deze
omslag. “De invloed van de Amerikaanse bezetter resulteert in een groeiende
fascinatie voor de Amerikaanse popcultuur. Muziek, auto’s en mode gaan een
rol spelen in de belevingswereld van Japanse jongeren. Ze ontdekken de
Amerikaanse winkels, waar stapels oude spijkerbroeken liggen. Vintage
Levi’s spijkerbroeken worden een collectors item.” De Japanse liefde voor
vintage en denim was geboren.

“>

Het is pas halverwege de jaren zestig wanneer de Japanners zich zelf
gaan verdiepen in de kunst van het denim maken. In de tussentijd hebben
Japanse verzamelaars flink wat vintage denim uit Amerika laten overkomen,
dat gretig aftrek vindt. Big John is het eerste Japanse merk dat
spijkerbroeken in eigen land produceert. ‘Homemade’ denim raakt langzaamaan
in opkomst, en wordt begin jaren zeventig de standaard. Een graag gehoord
verhaal is dat de Japanners de oude machines van de Amerikanen, die
inmiddels waren overgestapt op massaproductie, hadden overgekocht. In de
regio waar de Japanse denim-productie zich concentreert, rondom de stad
Okayama, waren echter van oudsher al machines aanwezig voor de productie
van hoogwaardige kwaliteit stoffen.

Productieproces

Zoals wel vaker is het echter de persoon die de machines bedient die het
uiteindelijke verschil maakt. Waar de Amerikaanse fabrieken al gauw gebruik
maakten van machines die met elektrisch aangedreven zagen dwars door
stapels stof heen sneden, pakken ze het in Japan tot op de dag van vandaag
verfijnder aan. Devin Leisher: “Het zit ‘m allemaal in het oog voor detail:
dyeing, het katoen, de manier waarop de stof wordt behandeld, alles.”

Goede kwaliteit Japanse denim wordt grotendeels nog met de hand bewerkt.
De gesponnen katoen-draden worden ondergedompeld in een bad van Indigo, een
kleurstof die vroeger werd vervaardigd uit de Indigofera-plant. Vandaag de
dag gebeurt dit voornamelijk synthetisch. Hoe vaker de draden worden
gedipt, hoe dieper de kleur en hoe mooier de broek slijt met de tijd.

Het weef-en productieproces gebeurt op machines die in de regel zo smal
zijn dat ze slechts één broek per keer aankunnen. Knippen, snijden, naaien:
overal komt een mensenhand aan te pas. Een arbeidsintensief proces dus.
Japans denim staat bekend om de mooie bies aan de binnenkant van de broek,
de ‘selvedge’. Dit heeft wederom te maken met de smalle machines die
gebruikt worden: hierdoor kan er alleen met vrij smalle doeken gewerkt
worden. Er moet dus langs de randen van de stof gewerkt worden, wat
uiteindelijk betekent dat die afwerking aan de binnenkant van je jeans
terecht komt.

Als laatste komt de washing. Japanse denims zijn vaak donker als de
nacht, stijf en hard. Dat komt omdat de broeken vaak in een vroeg stadium
van het productieproces voor het laatst met water worden bewerkt. Het
‘washing-effect’, de oneffenheden en verkleuringen die ontstaan na het
dragen, moeten zich dus nog vormen met de tijd. Vandaag de dag wordt dit
vaak vooraf al gedaan, waardoor de broek lichter van kleur wordt en minder
stug. Echte denimheads kiezen nog altijd voor een onbewerkte versie. Dit
heeft als voornaamste reden dat men de spijkerbroek helemaal naar eigen
smaak kan laten ‘slijten’. De broek wordt als het ware een canvas van de
levensloop van de drager. “Aan de kleur van een oude spijkerbroek kan ik
zien wat voor type persoon ‘m gedragen heeft,” aldus een geïnterviewde uit
de docu van Leisher.

“>

Denim vandaag de dag

Na de introductie van de Japanse spijkerbroek zijn er ontelbaar veel
Japanse denim-brands ontstaan. Het was echter pas sinds de jaren negentig
dat ook van buitenaf daadwerkelijk waardering ontstond voor dit stukje
Japans vakmanschap. Evisu was één van de eerste merken die geliefd werd bij
het Westerse publiek, en dat was niet voor niks: het merk produceerde
slechts 14 broeken per dag, allemaal voorzien van een handgeschilderde boog
op de broekzakken. Evisu is één van de merken die wordt genoemd als
onderdeel van de ‘Osaka 5′, een collectief van Japanse denim-ontwerpers
afkomstig uit de stad Osaka. Full Count, Studio D’Artisan, Denime en
Warehouse behoren eveneens tot dit selecte gezelschap, dat wereldwijd wordt
gezien als het fundament voor de liefde voor Japanse denim. Het is het
fundament waar ook latere Japanse merken van geprofiteerd hebben. Het
Visvim van ontwerper Hiroki Nakamura bijvoorbeeld, dat zijn sporen
verdiende in de denim-industrie alvorens het de move naar high-end fashion
maakte. Andere bekende merken, zoals Edwin, Neighbourhood en 45RPM, hebben
allemaal hun wortels liggen in de Japanse denim.

In de documentaire ‘Weaving Shibusa’ wordt ingezoomd op de Japanse
denim-cultuur van tegenwoordig en de rol van de ‘Osaka 5’ hierin. De
productie laat op een mooie manier de toewijding en vakmanschap zien die zo
diep verweven zitten in de Japanse kunst van het denim maken. Tekenend voor
de mentaliteit die heerst is een uitspraak van één van de denim-makers die
aan het woord komt: “Het is lastig te zeggen of we hier nou kleding of
kunst aan het maken zijn.” Een andere producent vult aan: “We zijn geen
concurrenten van elkaar. Als we niet samen zouden werken, zou het
onmogelijk zijn om te komen tot dat waar we allemaal van dromen.”

“>

Weaving
Shibusa
from Weaving
Shibusa
on
Vimeo
.

Denim tot de dood: het verhaal van de Japanse liefde voor de spijkerbroek

ACHTERGROND *Japan* staat al
sinds jaar en dag bekend voor haar voortrekkersrol op het gebied van mode.
De diepgewortelde waardering binnen de Japanse cultuur voor detail en
kwaliteit uit zich ook in de manier waarop naar kleding wordt gekeken. Geen
wonder dus dat de beste kwaliteit denim afkomstig is uit het Land van de
Rijzende Zon. Maar waarom?

Voor een ieder die zich wel eens in het onderwerp denim heeft verdiept
zal het geen verrassing meer zijn: voor kwalitatief hoogwaardige
spijkerstof moet je in Japan zijn. Het waarom hiervan kan worden
teruggevonden in verschillende aspecten van de Japanse cultuur en
maatschappij. Samen hebben zij ervoor gezorgd dat Japanners het maken van
spijkerbroeken uiterst serieus nemen: denim wordt beschouwd als een ware
kunstvorm, en denim-makers als kunstenaars. Maar hoe kan het dat hét
symbool van de naoorlogse veramerikanisering van onze wereld uitgroeit tot
een voorbeeld van Japans vakmanschap?

Geschiedenis

Voor het antwoord op die vraag moet een duik worden genomen in de
geschiedenis van het land. Het is 1945, en de Tweede Wereldoorlog is
voorbij. Ook Japan heeft zware klappen te verduren gekregen, en wordt bezet
door de Verenigde Staten. Eenheid is gedurende de oorlog het sleutelwoord
geweest voor de Japanse bevolking, iets wat zich in de jaren die volgen uit
op de manier waarop de jeugd gekleed gaat. Schooluniformen worden gewilde
items onder de jeugd, als symbool voor de uniformiteit van het land.

Zoals het jongeren betaamd, komt een moment waarop ze zich gaan
verzetten tegen deze trend. Devin Leisher, denimhead en maker van de
denim-docu ‘Weaving Shibusa’, vertelde onlangs in gesprek met CNN over deze
omslag. “De invloed van de Amerikaanse bezetter resulteert in een groeiende
fascinatie voor de Amerikaanse popcultuur. Muziek, auto’s en mode gaan een
rol spelen in de belevingswereld van Japanse jongeren. Ze ontdekken de
Amerikaanse winkels, waar stapels oude spijkerbroeken liggen. Vintage
Levi’s spijkerbroeken worden een collectors item.” De Japanse liefde voor
vintage en denim was geboren.

” frameborder=”0″
allowfullscreen>”>

Het is pas halverwege de jaren zestig wanneer de Japanners zich zelf
gaan verdiepen in de kunst van het denim maken. In de tussentijd hebben
Japanse verzamelaars flink wat vintage denim uit Amerika laten overkomen,
dat gretig aftrek vindt. Big John is het eerste Japanse merk dat
spijkerbroeken in eigen land produceert. ‘Homemade’ denim raakt langzaamaan
in opkomst, en wordt begin jaren zeventig de standaard. Een graag gehoord
verhaal is dat de Japanners de oude machines van de Amerikanen, die
inmiddels waren overgestapt op massaproductie, hadden overgekocht. In de
regio waar de Japanse denim-productie zich concentreert, rondom de stad
Okayama, waren echter van oudsher al machines aanwezig voor de productie
van hoogwaardige kwaliteit stoffen.

Productieproces

Zoals wel vaker is het echter de persoon die de machines bedient die het
uiteindelijke verschil maakt. Waar de Amerikaanse fabrieken al gauw gebruik
maakten van machines die met elektrisch aangedreven zagen dwars door
stapels stof heen sneden, pakken ze het in Japan tot op de dag van vandaag
verfijnder aan. Devin Leisher: “Het zit ‘m allemaal in het oog voor detail:
dyeing, het katoen, de manier waarop de stof wordt behandeld, alles.”

Goede kwaliteit Japanse denim wordt grotendeels nog met de hand bewerkt.
De gesponnen katoen-draden worden ondergedompeld in een bad van Indigo, een
kleurstof die vroeger werd vervaardigd uit de Indigofera-plant. Vandaag de
dag gebeurt dit voornamelijk synthetisch. Hoe vaker de draden worden
gedipt, hoe dieper de kleur en hoe mooier de broek slijt met de tijd.

Het weef-en productieproces gebeurt op machines die in de regel zo smal
zijn dat ze slechts één broek per keer aankunnen. Knippen, snijden, naaien:
overal komt een mensenhand aan te pas. Een arbeidsintensief proces dus.
Japans denim staat bekend om de mooie bies aan de binnenkant van de broek,
de ‘selvedge’. Dit heeft wederom te maken met de smalle machines die
gebruikt worden: hierdoor kan er alleen met vrij smalle doeken gewerkt
worden. Er moet dus langs de randen van de stof gewerkt worden, wat
uiteindelijk betekent dat die afwerking aan de binnenkant van je jeans
terecht komt.

Als laatste komt de washing. Japanse denims zijn vaak donker als de
nacht, stijf en hard. Dat komt omdat de broeken vaak in een vroeg stadium
van het productieproces voor het laatst met water worden bewerkt. Het
‘washing-effect’, de oneffenheden en verkleuringen die ontstaan na het
dragen, moeten zich dus nog vormen met de tijd. Vandaag de dag wordt dit
vaak vooraf al gedaan, waardoor de broek lichter van kleur wordt en minder
stug. Echte denimheads kiezen nog altijd voor een onbewerkte versie. Dit
heeft als voornaamste reden dat men de spijkerbroek helemaal naar eigen
smaak kan laten ‘slijten’. De broek wordt als het ware een canvas van de
levensloop van de drager. “Aan de kleur van een oude spijkerbroek kan ik
zien wat voor type persoon ‘m gedragen heeft,” aldus een geïnterviewde uit
de docu van Leisher.

” frameborder=”0″
allowfullscreen>”>

Denim vandaag de dag

Na de introductie van de Japanse spijkerbroek zijn er ontelbaar veel
Japanse denim-brands ontstaan. Het was echter pas sinds de jaren negentig
dat ook van buitenaf daadwerkelijk waardering ontstond voor dit stukje
Japans vakmanschap. Evisu was één van de eerste merken die geliefd werd bij
het Westerse publiek, en dat was niet voor niks: het merk produceerde
slechts 14 broeken per dag, allemaal voorzien van een handgeschilderde boog
op de broekzakken. Evisu is één van de merken die wordt genoemd als
onderdeel van de ‘Osaka 5′, een collectief van Japanse denim-ontwerpers
afkomstig uit de stad Osaka. Full Count, Studio D’Artisan, Denime en
Warehouse behoren eveneens tot dit selecte gezelschap, dat wereldwijd wordt
gezien als het fundament voor de liefde voor Japanse denim. Het is het
fundament waar ook latere Japanse merken van geprofiteerd hebben. Het
Visvim van ontwerper Hiroki Nakamura bijvoorbeeld, dat zijn sporen
verdiende in de denim-industrie alvorens het de move naar high-end fashion
maakte. Andere bekende merken, zoals Edwin, Neighbourhood en 45RPM, hebben
allemaal hun wortels liggen in de Japanse denim.

In de documentaire ‘Weaving Shibusa’ wordt ingezoomd op de Japanse
denim-cultuur van tegenwoordig en de rol van de ‘Osaka 5’ hierin. De
productie laat op een mooie manier de toewijding en vakmanschap zien die zo
diep verweven zitten in de Japanse kunst van het denim maken. Tekenend voor
de mentaliteit die heerst is een uitspraak van één van de denim-makers die
aan het woord komt: “Het is lastig te zeggen of we hier nou kleding of
kunst aan het maken zijn.” Een andere producent vult aan: “We zijn geen
concurrenten van elkaar. Als we niet samen zouden werken, zou het
onmogelijk zijn om te komen tot dat waar we allemaal van dromen.”


width=”640″ height=”360″ frameborder=”0″ webkitallowfullscreen
mozallowfullscreen allowfullscreen>

Weaving
Shibusa
from Weaving
Shibusa
on
Vimeo
.

” frameborder=”0″ allowfullscreen>”>

Om de lange geschiedenis van de Levi’s 501 te vieren maakte de
grondlegger van denim een docu over hun meest iconische model: ‘The 501
Jean: Stories of an Original’. Hieruit blijkt dat vandaag de dag zo’n zeventig
procent van de vintage Amerikaanse denim zich in Japan bevindt. Een
origineel paartje 501’s uit de jaren vijftig is daar zo’n 3000 dollar
waard. Er zijn zelfs extreem zeldzame exemplaren in omloop met een
prijskaartje oplopend tot 40.000 dollar. Ook bij spijkerbroeken die nu in
de winkels liggen schrikt de gemiddelde Japanner niet terug voor een prijs
van 1000 dollar.

Beeld: Pexels Photo, Inge Beekmans/FashionUnited, Evisu Facebook

Hugo Boss stapt over op digitale showroom

Hugo Boss zal in de toekomst zijn collecties alleen nog maar digitaal
aanbieden. De eerste digitale showroom werd in een pop-upwinkel in Berlijn
aan inkopers en pers gepresenteerd.

Via innovatieve software was op een scherm van 1.65 meter de geh…

Animal Rights en Bont voor Dieren roepen politiek op misstanden nertsenfokkerijen aan te pakken

Dierenrechtenorganisaties Animal Rights en Bont voor Dieren roepen de
staatssecretaris op om misstanden op bontfokkerijen aan te pakken. De
komende maanden zullen bijna 6 miljoen nertsen worden vergast voor hun
bont. Dat laten de organisaties weten …

Animal Rights en Bont voor Dieren roepen politiek op misstanden nertsenfokkerijen aan te pakken

Dierenrechtenorganisaties Animal Rights en Bont voor Dieren roepen de
staatssecretaris op om misstanden op bontfokkerijen aan te pakken. De
komende maanden zullen bijna 6 miljoen nertsen worden vergast voor hun
bont. Animal Rights directeur Robert M…

Justitie gaat malafide webwinkels harder aanpakken

Webshops die hun klanten oplichten, worden vanaf nu door justitie harder
aangepakt. Wanneer er bij de politie drie aangiftes worden gedaan, worden
betaaldiensten ingeseind en wordt het betaalverkeer naar de webshop
geblokkeerd. Het is de bedoeling d…