Auteur: Don-Alvin Adegeest

Hoe China fast fashion uitbesteedt aan Ethiopië

Ethiopië is hard op weg om het nieuwe middelpunt van fast fashion
te worden. Uiterst goedkope arbeid, fiscale voordelen, weinig tot geen
corruptie en een regering die net zo wanhopig op zoek is naar industriële
ontwikkeling als fast fashion bedrij…

Millennials kopen liever minder, beter en authentiek

Millennials geven minder uit, maar spenderen tegelijkertijd ook
bewuster, zo blijkt uit onderzoek van het Amerikaanse KRC Research. De
‘koop minder, koop beter’ filosofie grijpt steeds meer om zich heen en ook
millennials lijken nu aangestoken, zo…

De zakelijke kledingdeals van modehuizen en beroemdheden tijdens de Oscars

ANALYSE

Waar een rode loper en een beroemdheid zijn, is glamour, mode en een zakelijke overeenkomst. Modemerken en -huizen nemen het kleden van een beroemdheid uiterst serieus. De promotie van een beroemdheid op een evenement zoals de Oscars levert het merk namelijk duizenden Amerikaanse dollars op.

Niet voor niets worden de Oscars onder modeprofessionals ook wel de Oscarnomics genoemd. Achter een rode loper-outfit gaan behoorlijk wat zakelijke afspraken vooraf. Hoewel dit een steeds bekender wordend fenomeen is, doen stylisten en beroemdheden geen uitspraak over de inkomsten die zijn vergaren door een bepaald merk op de rode loper te krijgen of te dragen.

Door de jaren heen zijn er wel wat bedragen uitgelekt. In 2006 ontving actrice Charlize Theron tweehonderdduizend Amerikaanse dollars om juwelen van Chopard naar de Oscars te dragen. Deze bedragen zijn door de jaren heen exponentieel gegroeid. In vergelijking: Jennifer Lawrence sloot onlangs een contract voor drie miljoen Amerikaanse dollar (2,4 miljoen euro) met Dior en Blake Lively tekende in 2013 een contract met Gucci voor ‘meerdere miljoenen’.

Beroemdheden dragen merken bijna nooit alleen omdat ze het zo mooi vinden

De meeste modehuizen koesteren de illusie dat beroemdheden hun merk uit ‘vrije wil’ dragen. In werkelijkheid wordt er in bijna alle gevallen een deal gesloten tussen stylist, agent van de stylist, de beroemdheid en de agent van de beroemdheid. Ieder detail van de rodeloperlook is van tevoren uitvoerig voorbereid en overdacht; van jurk tot aan sieraden en accesoires.

Door middel van deze endorsement deals vullen actrices en stylisten hun inkomsten aan. Naast het dragen van de jurken naar premières zijn de beroemdheden vaak ook ‘het gezicht’ van de campagnes (Jennifer Lawrence en Blake Lively).

Aan alles hangt een prijskaartje

Met de komst van social media en Instagram in het bijzonder, hangt aan alles wat de beroemdheid draagt, van (nep)wimpers tot aan nagellak, een prijskaartje. Immers is een foto waarop het merk getagged is, goed voor een miljoenenbereik en merken zijn bereid hier flink wat geld voor neer te tellen.

De 75ste editie van de Golden Globes maakte duidelijk hoe groot de impact is van kleding op prijsuitreikingen en andere rode loper-evenementen. Het protest om kleur te dragen – om aandacht te vragen voor sekseongelijkheid en seksuele intimidatie in Hollywood – werd wereldwijd opgemerkt. Dit laat zien hoe groot het bereik is van het evenement en hoe groot daarmee het bereik is van het merk dat door een beroemdheid wordt gedragen. Niet voor niets is de eerste vraag die op zulke evenementen gesteld wordt: ‘Who are you wearing?’

De sponsordeals rondom de Oscars gaan verder dan alleen het aankleden en betalen van de beroemdheid. De goodie bags die tijdens de Oscars vorig jaar werden uitgereikt hadden een totaalwaarde van 232.000 Amerikaanse dollar (188.000 euro). In de tas zat onder andere een 10-daagse reis naar Israël, een privé wandeltocht door Japan en een laserbehandeling. Dit allemaal in de hoop dat de beroemdheden zich aan de merken verbinden.

De organisatie van de Oscars en de Academy Awards deelt de tassen met geschenken niet zelf uit. Dit wordt gedaan door een bedrijf Distintinctive Assets genaamd. Uiteraard zal geen enkele beroemdheid het evenementen zonder tas verlaten.

Beeld credit: Calvin Klein, door Kevork Djansezian voor Getty Images

Dit artikel verscheen oorspronkelijk op fashionunited.com. Vertaling en bewerking door Marjolein Stormezand.

Streetstyle zichtbaar op Modefabriek

VERSLAG De eerste dag van een
modevakbeurs is de beste om te bezoeken, in elk geval voor de sfeer. Het is
druk en levendig. Exposerende merken kijken uit naar het zaken doen en
verwachten veel bezoekers. Zonder officiële bezoekersaantallen te wet…

Hoe Farfetch een belangrijke speler in het luxesegment wordt

OPINIEFarfetch staat al een
tijd op de radar in de modewereld, maar het platform is niet direct mijn
eerste keus om te winkelen. Wat mij vooral tegenhield? De prijsverschillen
van retailers en markten. Een paar Saint Laurent-laarzen die 595 euro kos…

Winkels zonder producten: de toekomst van retail?

Fysieke winkels zonder producten zijn wellicht de toekomst van
retail.

Volgens het online medium Quartz zijn er steeds meer merken die het
concept van de ‘un-store’ omarmen, oftewel: een retaillocatie zonder dat er
daadwerkelijk producten wor…

Het probleem New York Fashion Week

OPINIE New York Fashion Week zit in een identiteitscrisis en
die crisis duurt al geruime tijd. Met een rommelig schema en het
vertrek van de meest interessante ontwerpers naar Europa (Thom Browne,
Proenza Schouler, Rodarte, om maar een paar te noemen) is het
internationale inkoopseizoen vorige week in the big apple wat
onsamenhangend van start gegaan.

Volgend seizoen, in februari, zullen de New York shows opnieuw
verhuizen naar een andere locatie, deze keer naar Spring Studios aan
Varick Street. Zal deze nieuwe locatie de identiteit van de New York
Fashion Week voldoende versterken in vergelijking met andere
modesteden waar meer belangrijke merken zitten en creativiteit in
overvloed is? Het lijkt onwaarschijnlijk.

New York, zoals de Amerikaanse mode, heeft de commercie altijd
omarmd. New York Fashion Week was nooit een platform voor doorwrocht
ontwerp zoals de couture shows in Parijs, of voor erfgoed en
ambachtelijkheid zoals te vinden in Milaan. Niet sinds Helmut Lang
zijn collectiepresentatie in 1988 van Parijs verhuisde naar New York,
is het aantal inkopers uit Europa zo klein geweest als nu. In feite
gaat vrijwel niemand nog naar New York om een week lang modeshows te
bekijken.

Moeten inkopers en pers nog wel naar New York?

Zeker, sommigen zullen voor Raf Simons en Calvin Klein een vlucht
boeken, of misschien zijn ze in het verleden speciaal voor Thom Browne
de oceaan over gereisd. Dat is goed te begrijpen. Waar het niet dat
die laatste nu ook z’n biezen pakt en naar Parijs vertrekt. Moeten
inkopers speciaal invliegen voor Coach, voor Michael Kors of voor
Ralph Lauren? Het antwoord is nee. Dergelijke wereldmerken hebben
distributiekantoren en showrooms in alle belangrijke steden. De nieuwe
collecties van deze merken kun je dus eigenlijk overal zien.

New York mist catwalk power

Het ontbreekt New York aan catwalk power, echte
publiekstrekkers, de shows die zo relevant zijn dat niemand ze wil
missen. Het equivalent van een Saint Laurent, Versace of Comme des
Garçons en dan liefst allemaal in dezelfde week. Shows waar kopers en
pers uit alle hoeken van de wereld op afkomen. Want dat is
noodzakelijk voor succes. Succesvolle modeweken hebben buitenlandse
inkopers en pers hard nodig. Het zijn hun kritische blikken die de
looks ontcijferen en samenhang en context bieden, die verder gaat dan
de directheid van social media en front row celebrities.

Confectie hoort niet thuis op de catwalk

Dat wat op de catwalk wordt getoond, moet bovendien verschillen van
wat de inkopers en pers in de showroom te zien krijgen. Dat is waar
het getouwtrek tussen commercie en creatie begint. Designers moeten
ons aan het denken zetten en inspireren. Hoe de individuele inkoper
die vragen of ideeën naar zijn winkel vertaald, moet hij weten. Maar
in New York waar de commercie heersend is en de collecties direct
verkrijgbaar, wordt veel kleding geshowd die door Europeanen niet echt
‘catwalk waardig’ worden bevonden.

En dit brengt ons terug bij het debat over ‘See Now Buy Now’, een
concept wat als eerste door Amerikaanse ontwerpers werd omarmd. Hoewel
het concept voor een aantal merken kan werken, geldt dat niet voor
allemaal. Vooral luxe labels en brands gericht op handwerk en
ambachtelijkheid, kunnen niet rechtstreeks vanaf de catwalk aan
consumenten verkopen.

Zoals modejournalist Vanessa Friedman van de New York Times
opmerkte: “Een van de moeilijkheden in elke industrie, niet alleen
mode, is wanneer de maatschappij zich ontwikkelt, wanneer technologie
evolueert en het economisch systeem veranderd dan werken de zaken niet
meer. Vasthouden aan vroeger, of een manier bedenken waarop je
verouderde stelsels kunt repareren werkt niet. Dan moet je met nieuwe
ideeën komen en met een nieuwe aanpak en in dat stadium zijn we nu
beland.”

Dit artikel is eerder gepubliceerd op FashionUnited.com

Photo credit: Calvin Klein SS18, source: Calvin Klein Facebook

Modefabriek: de ervaring van een inkoper

VERSLAG

Zondag ging Modefabriek in Amsterdam van start, een tweedaagse modebeurs
die een mix van denim en casualwear merken onderbrengt op één plek, het Rai
conventiecentrum.

Anders dan tijdens Pitti Uomo, waar het draait om zien en gezien te
worden, is de sfeer tijdens Modefabriek relaxt. Wellicht omdat de beurs op
zondagochtend vroeg opende, en er genoeg barista’s espresso’s aan het
zetten waren om de beursbezoekers een vliegende kick of te bezorgen. Ook de
zonnestralen zorgde voor een positieve bijdrage aan de stemming.

Het eerste merk waar mijn oog op valt is Majem, een nieuw
regenkledingmerk dat zijn collectie ontwerpt in Amsterdam en produceert van
gerecycled polyester in China. Majem heeft een plekje in de Curated Store
van HTNK, een platform voor opkomende ontwerpers. De lichtroze jas trekt
mijn aandacht en mede-oprichter Anita vertelt mij dat het Majem al
verschillende verkooppunten gevonden heeft. Ik vertel haar dat de zwarte
jas mij doet denken aan Darth Vader, maar dat de marineblauwe trenchcoat
eruit ziet als een mogelijke bestseller. De marineblauwe kleur is
een nieuwe kleur die zijn debuut maakt in de collectie van SS18.

Een sterke selectie van internationale merken

Ik struin door de paden en ben positief verrast over het aantal
internationale merken dat aanwezig is waaronder Champion, Rains, Colmar,
Helly Hansen, Liu Jo, Repetto en Pierre Cardin. Toch is de beursvloer in
dit geval voornamelijk gevuld met een selectie van deze internationale
merken waarbij damesmode het best vertegenwoordigd is. Onder deze merken
zijn genoeg betaalbare mode merken die hoogstwaarschijnlijk aantrekkelijk
zijn voor Nederlandse winkels die niet over de grens inkopen.

Ik stop om even te praten met Leonie van mobiele fabriek Spijkerbrij,
wie achter een naaimachine en een berg van vintage spijkerstof zit. Ze
vertelt mij dat er een overschot van 20 procent aan ongebruikte spijkerstof
in Nederland is en dat klanten eenvoudig hun eigen jeans kunnen recyclen
tot nieuwe producten. Leonie reist het land door met haar zakenpartner Lois
waar zij het proces van upcycling op het gebied van denim presenteren aan
het publiek.

Bij Armedangels wordt hun toewijding op het gebied van duurzaamheid
gecommuniceerd door middel van een dikgedrukte boodschap “We werken in de
tweede meest vervuilende industrie ter wereld” op de stand. Armedangels
richt zich op het produceren van kleding met alleen biologische materialen
en door middel van duurzame processen.

Vervolgens trekken de paspoppen van Van Gils mijn aandacht. De dj in de
hoek draait plaatjes en twee Smeg koelkasten met merklogo’s zijn gevuld met
allerlei drankjes. Van Gils CEO Harry van der Zee vertelt me dat het voor
een merk van Nederlandse bodem belangrijk is om aanwezig te zijn op de
Modefabriek. De beurs is een gelegenheid om te laten zien hoe het met het
merk gaat, welke richting het label op gaat, maar ook om klanten en andere
belangrijke modemensen te spreken.Ook al is de beurs niet per se de plek
waar orders worden geschreven.

Modebeurzen zijn meer dan alleen een platform voor verkoop

Een platform bieden waar inkopers collecties kopen, is ook meteen de
grootste uitdaging van modebeurzen. Ooit brachten retailers een royaal
budget mee voor de inkoop van nieuwe merken en collecties, tegenwoordig
draait het meer om oriënteren en netwerken, dan het inkopen.

Mode sowieso om netwerken en relaties, dat geldt ook zeker voor de
lokale, kleinere winkelier, die niet geïnteresseerd is in het kopen van de
laatste catwalk- of trendcollecties. Deze boetiek eigenaren hebben wat te
kiezen als het aankomt op het merkportfolio, want op Modefabriek zijn ook
veel merken voor deze markt vertegenwoordigd.


Het beursseizoen is afgetrapt. FashionUnited focust in de maand juli op
modevakbeurzen. Voor alle tradeshow reads, klik hier.

Geschreven door Don-Alvin Adegeest, mannenmode inkoper Selfridges Group
en editor FashionUnited UK. Dit artikel werd eerder gepubliceerd op
FashionUnited.uk. Vertaling en bewerking: Caitlyn Terra

Foto’s: Modefabriek SS18, door FashionUnited

Modefabriek: de ervaring van een inkoper

VERSLAG

Zondag ging Modefabriek in Amsterdam van start, een tweedaagse modebeurs
die een mix van denim en casualwear merken onderbrengt op één plek, het Rai
conventiecentrum.

Anders dan tijdens Pitti Uomo, waar het draait om zien en gezien te
worden, is de sfeer tijdens Modefabriek relaxt. Wellicht omdat de beurs op
zondagochtend vroeg opende, en er genoeg barista’s espresso’s aan het
zetten waren om de beursbezoekers een vliegende kick of te bezorgen. Ook de
zonnestralen zorgde voor een positieve bijdrage aan de stemming.

Het eerste merk waar mijn oog op valt is Majem, een nieuw
regenkledingmerk dat zijn collectie ontwerpt in Amsterdam en produceert van
gerecycled polyester in China. Majem heeft een plekje in de Curated Store
van HTNK, een platform voor opkomende ontwerpers. De lichtroze jas trekt
mijn aandacht en mede-oprichter Anita vertelt mij dat het Majem al
verschillende verkooppunten gevonden heeft. Ik vertel haar dat de zwarte
jas mij doet denken aan Darth Vader, maar dat de marineblauwe trenchcoat
eruit ziet als een mogelijke bestseller. De marineblauwe kleur is
een nieuwe kleur die zijn debuut maakt in de collectie van SS18.

Een sterke selectie van internationale merken

Ik struin door de paden en ben positief verrast over het aantal
internationale merken dat aanwezig is waaronder Champion, Rains, Colmar,
Helly Hansen, Liu Jo, Repetto en Pierre Cardin. Toch is de beursvloer in
dit geval voornamelijk gevuld met een selectie van deze internationale
merken waarbij damesmode het best vertegenwoordigd is. Onder deze merken
zijn genoeg betaalbare mode merken die hoogstwaarschijnlijk aantrekkelijk
zijn voor Nederlandse winkels die niet over de grens inkopen.

Ik stop om even te praten met Leonie van mobiele fabriek Spijkerbrij,
wie achter een naaimachine en een berg van vintage spijkerstof zit. Ze
vertelt mij dat er een overschot van 20 procent aan ongebruikte spijkerstof
in Nederland is en dat klanten eenvoudig hun eigen jeans kunnen recyclen
tot nieuwe producten. Leonie reist het land door met haar zakenpartner Lois
waar zij het proces van upcycling op het gebied van denim presenteren aan
het publiek.

Bij Armedangels wordt hun toewijding op het gebied van duurzaamheid
gecommuniceerd door middel van een dikgedrukte boodschap “We werken in de
tweede meest vervuilende industrie ter wereld” op de stand. Armedangels
richt zich op het produceren van kleding met alleen biologische materialen
en door middel van duurzame processen.

Vervolgens trekken de paspoppen van Van Gils mijn aandacht. De dj in de
hoek draait plaatjes en twee Smeg koelkasten met merklogo’s zijn gevuld met
allerlei drankjes. Van Gils CEO Harry van der Zee vertelt me dat het voor
een merk van Nederlandse bodem belangrijk is om aanwezig te zijn op de
Modefabriek. De beurs is een gelegenheid om te laten zien hoe het met het
merk gaat, welke richting het label op gaat, maar ook om klanten en andere
belangrijke modemensen te spreken.Ook al is de beurs niet per se de plek
waar orders worden geschreven.

Modebeurzen zijn meer dan alleen een platform voor verkoop

Een platform bieden waar inkopers collecties kopen, is ook meteen de
grootste uitdaging van modebeurzen. Ooit brachten retailers een royaal
budget mee voor de inkoop van nieuwe merken en collecties, tegenwoordig
draait het meer om oriënteren en netwerken, dan het inkopen.

Mode sowieso om netwerken en relaties, dat geldt ook zeker voor de
lokale, kleinere winkelier, die niet geïnteresseerd is in het kopen van de
laatste catwalk- of trendcollecties. Deze boetiek eigenaren hebben wat te
kiezen als het aankomt op het merkportfolio, want op Modefabriek zijn ook
veel merken voor deze markt vertegenwoordigd.


Het beursseizoen is afgetrapt. FashionUnited focust in de maand juli op
modevakbeurzen. Voor alle tradeshow reads, klik hier.

Geschreven door Don-Alvin Adegeest, mannenmode inkoper Selfridges Group
en editor FashionUnited UK. Dit artikel werd eerder gepubliceerd op
FashionUnited.uk. Vertaling en bewerking: Caitlyn Terra

Foto’s: Modefabriek SS18, door FashionUnited

Zal Coach Jimmy Choo kopen?

Amerikaanse accessoires gigant Coach is een van de bedrijven in de
running om luxe schoenenmerk Jimmy Choo te kopen voor 1 miljard
pond (1,2 miljard euro).

Het New Yorkse merk heeft het oog al langere tijd laten vallen op luxe bedrijven
sinds het de koop van Kate Spade heeft uitgesteld en een gefaalde poging
deed om vorig jaar Burberry te kopen voor 20 miljard pond (23,6 miljard
euro).

Volgens Investors Chronicle is Jimmy Choo op de markt gezet door de
grootste aandeelhouder, de Duitse investeringsgroep JAB Holdings. De groep
deed al eerder een kwart van Jimmy Choo van de hand aan het einde van 2014
en zei dat een potentiële verkoop de beste manier zou zijn om de waarde te
vergroten voor aandeelhouders, maar het bedrijf had nog geen bod ontvangen
op dat moment.

De beslissing komt in een tijd wanneer JAB probeert afstand te nemen van
luxe goederen en meer naar de koffiemarkt trekt nadat ze Keurig Green
Mountain, een bedrijf dat koffiemachines maakt, kocht in 2015 voor 12
miljard dollar (12,8 miljard euro).

JAB kocht Jimmy Choo voor 500 miljoen pond (589 miljoen euro) in 2011 en
het bedrijf wordt nu geschat op een waarde van 656 miljoen pond (773
miljoen euro). JAB heeft nog steeds investeringen in luxe kledingmerk Bally
en via beauty gigant Coty in groepen zoals Calvin Klein en Marc Jacobs.

Volgens het Amerikaanse Bloomberg kan Jimmy Choo interesse aanwakkeren
bij bedrijven in Azië, Verenigde Staten en Europa maar ook bij private
equity
bedrijven. Hoogstwaarschijnlijk zijn bedrijven zoals Michael
Kors Holdings ltd., LVMH, Kering en Coach Inc geïnteresseerd in een
aankoop.

Beeld: Jimmy Choo website

Vertaling en bewerking: Caitlyn Terra